Alle activiteiten

Hier kan je selecteren voor de activiteiten van jouw favoriete vereniging
Maand | Week | In tabelvorm | lijst
«Woensdag april 30, 2008»
Start: 14:00

Beschrijving van de activiteit:

Het Frans Sablonpad

Mensen die zich in hun leven hebben ingezet voor iets dat bijdraagt tot een waardige en vredevolle samenleving, worden meestal na hun overlijden geëerd met een standbeeld, een schilderij of soms ook al eens een wandelpad.

Wel Frans Sablon was ook zo een prominent en minzaam Hallenaar, die zich voor honderd procent heeft ingezet in de sociaal culterele wereld. Ter zijner nagedachtenis werd het Frans Sablonpad in het leven geroepen. Frans werd geboren in 1906 en is gestorven in 1958, nu 50 jaar geleden. Naar aanleiding van deze verjaardag heeft de Streekvereniging Zenne en Zoniën deze wandeling op haar wandelkalender 2008 geplaatst.

Frans zijn vriendenkring was enorm. Adriaan Servais, Maurits Merckx en Jan Van Schepdael waren er enkelen van.

Wie was Frans Sablon

In de Verhandelingen van KGOK. nr..2. staat er een zeer uitgebreid In Memoriam geschreven door Jan Van Schepdael.

De streekvereniging wil in dit artikel enkele mooie verhalen en anekdoten naar voren brengen, waaruit de lezer kan afleiden wie Frans Sablon was en wat hij voor Halle betekent heeft.

Frans werd geboren te Essenbeek op 15 juli 1906; zijn eerste kinderjaren op de buiten, vaak onder de kerktoren te Essenbeek. Hij volgt Normaalschool te Brussel en behaalt er zijn diploma van onderwijzer, hij geeft enkele maanden onderwijs te Brussel, nadien als onderwijzer te Essenbeek, zijn geboortedorp.

Na zijn huwelijk in april 1936 wordt hij aangesteld als schoolhoofd te Breedhout.

Hij is ook zeer actief in de geschied- en oudheidkundige kring van Halle waarvan hij in 1945 voorzitter wordt.

De meeste Hallenaars kenden Frans ook als bibliothekaris der stad Halle van de openbare bibliotheek.

Frans Sablon als bewonderaar van de natuur

Frans was een geestdriftig bewonderaar van de natuur. De reden hiertoe was ongetwijfeld zijn streven naar schoonheid, de dromerige en dichterlijke inslag van zijn temperament, een aangeboren meevoelen met alle levende en niet levende wezens die hij als kind in het Smeerhoutbos, of op de heide van Krabbos, of in het mysterieuze Halderbos ging ontdekken.

Van de jonge knaap die op de buiten te Essenbeek opgegroeid, bleef er steeds heel veel in hem voortleven: die gezonde buitenmens is hem bijgebleven tot zijn laatste dagen.

Het is wel waar dat één van de kostbaarste gaven die de natuur ons bij onze geboorte schenken kan is : op de buiten mogen geboren worden. Die gunst en die gave vielen ook Frans te beurt. En heel dicht is hij, zijn leven lang, bij de natuur gebleven. Heel intens heeft hij steeds de natuur aangevoeld. Een boom, een kanadapopulier, een bloem, een vogel, een steen, een vlinder, de wolken, een zonsondergang, de wind, brachten hem in bewondering. Hoe dikwijls hij en Jan van Schepdael, vanaf 1928 af, Halderbos, en het heuvelland tussen Halle, Dworp, Alsemberg, Braine le Chateau, Essenbeek, doorkruist en doorsnuffeld hebben, kan waarschijnlijk niet geteld worden. Het zullen honderden wandelingen zijn geweest, de donderdagnamiddag, en in de vakantieperiodes.

Frans Sablon als folklorist en geschiedkundige

Frans is steeds een intellectueel met dichterlijke inslag en niet te onderschatten literaire en poëtische begaafdheid geweest. Zijn belangstelling ging hoofdzakelijk naar lokale folklore en lokale en regionale geschiedenis. Maar de stijl en de vorm in dewelke zijn opstellen gegoten waren, bleven stijl en vorm met eigen kleur en geur, waarin de dichterlijke gaven van de auteur tot hun volle recht kwamen.

Een gekend werk is ‘Dialoog met de Zenne’, of naar de diepgevoelde rede over het Hart van Servais die hij uitsprak op 6 juni 1957, voor het graf van Adrien Frans Servais.

Een greep uit zijn activiteiten als folklorist, schrijver of geschiedkundige:

- In 1928-1930 ging zijn aandacht naar de grensstenen SW - AR van Halderbos (Sainte Waudru - Arenberg). Hoe dat afgrenzen gebeurd was, bleef onduidelijk, tot Frans Sablon twee documenten uit het archief van Bergen haalde: 1778 en 1779.

- In september 1931 volgde Frans met veel spanning de plechtigheden van de Jan van Ruusbroecherdenking. Het werd voor hem de gelegenheid om te handelen over Thomas van Bellingen, Thomas van Cantimpré, de Navolging Christi, en dan Jan van Ruusbroec zelf en de kloosters van Groenendael en Zevenborre.

- September 1932: Frans is een geestdriftig medewerker aan de Hendrik Consciencehulde: de plechtigheid ging door op 18 september 1932.

- Mei 1935, werd door V.T.B. het Consciencepad ingehuldigd, dat over de Brabantse heuvels loopt, van Halle tot Beersel. Het voorbereidend werk nam Frans zeer ter harte. Hij verwierf daartoe een grondige kennis van één van de meest boeiende romans van Hendrik Conscience: "Ene verwarde zaak" waarvan het thema zich afspeelt in het zachte heuvelland tussen Halle, Dworp, Alsemberg en Beersel.

Nvdr: dit boek is nog altijd te koop bij de Streekvereniging Zenne en Zoniën aan 8 €.

Op zondag 26 mei 1935 werd dit Consciencepad plechtig ingehuldigd door Prof. Dr. Stan Leurs en Jozef van Overstraeten. De feestrede werd in open lucht op de heide van Krabbos uitgesproken.

- Februari 1946: poging tot reorganisatie van de geschied- en oudheidkundige kring van Halle, initiatief dat hoogst noodzakelijk werd na de oorlogsgebeurtenissen 1940-45, en na het overlijden van de stichters.

- 19 juli 1952: Tentoonstelling Heemkunde en Folklore.

- 20 oktober 1952: erg gedokumenteerde voordracht over de Historiografie van Halle.

- 16 februari 1953: Fijn aangevoelde voordracht over de Zennevallei in Halle en omgeving : Dialoog met de Zenne.

- Juli 1953: Tentoonstelling geschied- en oudheidkundige kring in de school, Zuster Bernardastraat.

- Zomer 1954: Mariatentoonstelling.

- 1 mei 1956: organisatie van een Landdag in samenwerking met het Geschied- en Oudheidkundig Genootschap van VlaamsBrabant.

- September 1957: Servais-tentoonstelling en herdenking: zijn roerende redevoering over het hart van Servais op het kerkhof te Halle.

In het novembernummer 1958 van BRABANT, het orgaan van de toeristische Federatie van de Provincie Brabant, verscheen, als posthuum opstel, van de hand van Frans Sablon: Littekens van het verleden: Het vlaamse land van Brabant «aan de hoge Zenne».

Frans Sablon als mens en vriend

Frans is te Halle en in de omgeving een zeer populaire figuur geweest.

Steeds beleefde je aan zijn gezelschap een gevoel van vreugde.

Wat bij hem aantrekkelijk, voorbeeldig en boeiend insloeg, waren zijn goedheid, zijn opgeruimdheid, zijn vreugde in 't leven, zijn "joie de vivre", zijn zin voor humor.

Dat hij een fijnproever was op gebied van humor, is opvallend voor ieder die zijn voordrachten gehoord, of zijn opstellen gelezen heeft.

Hij vertelde graag over zijn klas, zijn school, over de jongens van Essenbeek waaraan hij niet alleen onderwijs maar nog veel meer sociale opleiding en verantwoordelijkheidszin, opvoeding en voornaamheid ten beste gaf.

De artiest in Frans openbaarde zich niet alleen door zijn visueel vermogen dat van hem een schilder maakte, een schilder die nochtans nooit iets op doek bracht. Maar ook door zijn andere zintuigen werd zijn artistieke fijnproeverij duidelijk.

Op alle ogenblikken van zijn leven zocht zijn oog steeds, onvermoeid en met vernieuwde kinderlijke frisheid, naar de kleurenpracht van zijn Halse heuvelen, bossen en landschappen. Hoe dikwijls hebben Frans en Jan samen, van op de vlakte van Krabbos, in het geurige heidekruid, de kerktorens uit de omgeving van Halle geteld, en dan terug gesitueerd op de doeken van Pieter Bruegel de Oude. De stompe torens van Sint-Pieters-Leeuw of van Sint-Martens-Lennik staan op de Hooitijd, op de Kindermoord te Betlehem, op het Winterlandschap met de jagers; de spitse toren van Sint-Kwintens-Lennik vonden ze terug op de Parabel van de Blinden. Een rij kanadapopulieren van Breedhout in de winter, was voor Frans evenveel als een doek van Valerius de Saedeleer.

Frans was niet alleen artiest door oog en hart, maar ook smaak- en reukzin oefende hij om van de lekkere Brabantse dranken te genieten. Iedere wandeling telde noodgedwongen enkele rustplaatsen. Het was onder hen een ongeschreven en onuitgesproken wet, dat die rustoorden niet mochten voorbijgelopen worden.

Het waren gezellige, rustige, in de zomer koele herbergen, liefst van ouderwetse trant, waar er in de week geen levende ziel te vinden was, buiten de bazin of de dochter.

We citeren er enkelen van:

In de Horzel op de Rilroheide;

Het 16de eeuws herbergetje De Knopper op de Grootheide;

Het Gildenhuis te Dworp;

De Zwaan te Alsemberg;

Au curé de la flûte bij Zevenborre;

Herberg Eker op 't Kapittel;

In de boerenkost op de Bruineput;

In de Zwarte Keuper op de Solheide;

Jef Cider te Essenbeek;

Cafe les Meurisses, tussen Lembeekbos en Klabeekbos;

Cafe Gonzalès-De Cock te Braine le Chateau;

Au Verdia, gehucht Les Monts;

Dit lijstje is geen repertorium van en voor drinkebroers. Het bier dat bij de boterhammen gedronken werd, was vanzelfsprekend onze Brabantse Geuze Lambik. Maar het genot met hetwelk de glazen geuze devoot, traag, plechtig en ceremonieus gedronken werden, was veel meer een reactie van artistieke bewondering voor die aristokratische drank dan van vulgaire drinkebroersondeugden. En dan werd er steevast, hoe kan het ook anders in zulke stemming, vol euphorie, gesproken en gediscuteerd :

over prehistorie van de streek;

over planten en vlinders en insekten;

over de laatste bladzijden van notaris Possoz;

over het feit of Celestine van Dworp meer charme had dan Liza van de Rilroheide, of aantrekkelijker dan Anna, een Hollandse onderwijzeres die te Dworp bij Celestine haar groot verlof kwam doorbrengen, en die we hadden leren kennen rond de vijvers van Zevenborre; over het mysticisme van Jan van Ruusbroec : dit thema werd besproken te Zevenborre;

over de invloed van de nieuwste reeks Hallensia van J. Van den Weghe;

over de grenspalen SW - AR van Halderbos;

over de schilderijen van Jef Colruyt, of de werken van Kamiel, of de zonnige doeken van Fil Van Hoof;

over de doeken van Louis Thevenet La Nature;

over de geuzeabsorbatiecapaciteit van Louis La Nature,

over de gezonde kunst van Leon Devos, met wie we soms een praatje gingen slaan op de Grootheide of de Rilroheide, terwijl hij één van die onnoemlijk zachte malse Bruegelse Brabantse landschappen met bloeiende boomgaarden of rijpe oogsten aan 't schilderen was; over L'Entree du Christ à Bruxelles, van James Ensor;

over de kwestie of we Permeke moesten adopteren of niet, ter wille van de sombere, triestige, zwarte, novemberachtige vrouwen, die Permeke op zijn doeken schilderde, daar waar Leon Devos vrouwen schilderde, mals als rijpe abrikozen en fleurig als roodgloeiende appelen in de septembermaand.

Frans Sablon was schoolhoofd in Breedhout. Hij was een mens met een aangenaam karakter. Hij hield van een gulle lach. Hij kende al de inwoners van Breedhout en ver in de ronde, zelfs met bun bijnaam en toenaam.

Overal was "Mister" Sablon thuis; bij de simpele boerkens, op de pachthoven en op het kasteel bij de graaf, waar ze allemaal hun best deden om met "Mister" Vlaams te spreken.

Hij hield van dat schoon Pajottenland, van de verstandige boeren, zoals hij zelf zegde, van hun gezond prachtig vee en van de natuur.

Bij elke wandeling met hem drukte hij daarover zijn bewondering uit. Je kreeg de indruk dat hij les gaf. Hij vergat zelfs niet uitleg te geven over het ontstaan van diepe wegen en "husten", de eerste loopgraven gemaakt, door onze verre voorouders.

Zijn geliefkoosde wandeling liep van Essenbeek naar Hallerbos en Beersel. Hij was een liefhebber van de goede gueuze en hoopte steeds op een kans om Herman Teirlinck te ontmoeten bij Gaston De Belder.

Op een spreekbeurt in de lokalen van de Toeristenbond in de Lombaardstraat te Brussel, handelde "Mister" Sablon over "Dialoog met de Zenne". Daar is de idee van de gelijknamige film ontstaan.

Nvdr.: Deze 16 mm kleurfilm is te verkrijgen op het VVV Halle.

De laatste jaren van zijn leven waren niet zonder kommer, en beslommeringen, en zware zorgen. Het kruis werd hem op de schouders gelegd. Beproevingen vielen hem te beurt : ziekte in familiekring en ziekte over eigen lichaam. Op 1 april 1958 nam hij voor eeuwig afscheid van al wat hij te Halle en rond Halle zo zeer bemind had.

Frans Sablon was 52 jaar oud, als de dood aanklopte.

Om deze integere en minzaam man niet te vergeten, wandelt de Streekvereniging Zenne en Zoniën op woensdag 30 april wanneer we de winter achter ons laten en de lente binnenhalen een mooie lentewandeling in Halle. We doen dat door het Frans Sablonpad te verkennen. Dit pad brengt ons voor een deel in het centrum van Halle en voor een groot deel in het Hallerbos.

We doen dit in de week, omdat de oorspronkelijke Sablonwandeling geen luswandeling is. Terugkeer naar het station van Halle kan altijd met de TECbuslijn 115a.

Wie graag een glimp opvangt van het minder gekende Frans Sablonpad kan dit doen op woensdag 30 april 2008 om 14 uur aan het station van Halle met de Streekvereniging Zenne en Zoniën.

Wij geven hier een mogelijk parcours gepubliceerd in het wandelboek van de randfederatie Halle.

FRANS SABLONPAD - afstand: 12km.

Vertrekpunt: Station Halle.

Verdere wegen, plaatsen en bezienswaardigheden zijn:

Sint-Rochusstraat - L. Deboeckstraat - Kerk van SintRochus - Albertstraat rechts - Lusthuizenlaan - Kromstraat - E. Ysayestraat - Halleweg - langs de Boterham naar de Dreef - links Kasteelstraat in - voorbij de kerk van Essenbeek - rechts Warande nemen - ongeveer temidden van de baan een voetweg links nemen - Steenstraat nemen rechts - Steenweg op Nijvel 50 m volgen en dan links een voetweg nemen: het Frans Sablonpad - voor autostrade rechts Houtveld nemen tot aan de Pypaenshoek - links nemen en onder de autostrade naar Hallerbos eindpunt: de Acht Dreven.

BESCHRIJVING van enkele merkwaardige gebouwen waar de wandelaar voorbij komt.

Station Halle (zie de foto aan het moderne station)

Was een19de eeuws gebouw uit baksteen en hardsteen met gevarieerde dakvormen, top en trapgevels.

St.-Rochuskerk: Moderne kerk opgetrokken in 1928, kiezelcementen bekleding van de gevels en altaren, de biechtstoelen zijn bezet met geglazuurde steen.

Lusthuizenlaan

«Kasteel Kalker»: Behoorde oorspronkelijk tot de familie Kalker, dit waren ook de stichters van de P.C.B. De huidige eigenaars zijn nog erfgenamen van die familie. Het kasteel is gelegen midden in een mooi park. De echte naam van het domein is eigenlijk "Broeckborre".

Boterham

nr. 16 en 18: Eenlaags boerenhuisjes onder zadeldak uit de 19de eeuw. Nr. 16 is in leembouw, nr. 18 in baksteenmetselwerk.

Kasteelstraat

nr. 114: geboortehuis van Frans Sablon, onderwijzer, geschiedkundige, heemkundige en folklorist. Tussen 86 en 92: toegangspoort van het voormalig Kasteel zetel van de Heerlijkheid Essenbeek. (1469).

Kerk van Essenbeek : Neogothische kerk uit de 19de eeuw. Binnen de kerk is een kruisweg van Jozef Colruyt uit Lembeek.

Hallerbos.

Na de Franse revolutie wordt de familie Arenberg volledig eigenaar. Daar deze familie van Duitse nationaliteit was, werd het domein na de wereldoorlog van 1914-1918 onder sekwester geplaatst als waarborg voor de Duitse herstelbetalingen om in 1930 definitief eigendom te worden van de Belgische Staat. Hallerbos heeft een oppervlakte van 570 hectaren, waarvan 375 hectaren loofbomen en 195 hectaren dennenbomen. De meest verspreide bloem is de boshyacint. In de lente lijkt het bos een violet tapijt, enig in België. Er zijn 55 vogelsoorten bekend.

Afspraak:
Vertrekpunt: Station Halle.
Gids / Info:
Willy Defranc 02/3562478

zenne.zonien@edpnet.be

Inhoud syndiceren