Bomen en knoppenwandeling
|
Beschrijving van de activiteit: Ook in de winter zijn de bomen te herkennen: aan hun knoppen, schors en silhouet.Bomen en struiken in de winter De herfst op school betekent bladeren zoeken en aan de hand van het blad de boom Ieren herkennen. Wie kent niet het eiken-, beuken- of berkenblad. Moeilijker wordt het om bomen en struiken in de winter te herkennen, als de bladeren verteerd zijn. Sommige houterige delen van de bladeren verteren minder gemakkelijk en blijven als bladskelet aan de voet van de boom achter. Heel bekend is het bladskelet van de populier: de bladnerven blijven als een fijn kantwerk over als het bladmoes verteerd is. In de vroege herfst als de afgevallen bladeren nog onder de boom liggen, is het uiteraard eenvoudig om de bomen te benoemen en nog ver in de winter is dit mogelijk, maar het is prettig om te ontdekken dat men ook louter aan de hand van de structuur van de boomstam, aan de vruchten en de knoppen bomen kan determineren. Schors Wanneer de boomstam ongeveer de dikte heeft van een wijnfles, komen er typische kenmerken naar voor. Het kan zijn dat de schors in plakken afvalt, zoals bij de plataan of dat de schors een witte kleur heeft zoals bij de berk. De buitenste schorslaag bestaat uit kurk, waarin op bepaalde plaatsen kurkcellen los liggen om gasuitwisseling tussen de boom en de omgeving mogelijk te maken. Die losse kurkcellen noemt men lenticellen. Bepaalde lenticellen zijn zeer typisch. De kerselaar is hierdoor gemakkelijk herkenbaar aan zijn horizontale strepen en de witte abeel heeft zeer typische ruitvormige kurkporiën. Knoppen Loofbomen beschermen zich tegen de winterse kou door hun bladeren actief af te stoten. Aan de voet van het blad vormt zich een kurklaagje dat de bladsteel afsluit van de tak tot enkel de hoofdnerf nog met de boom verbonden is. De boom trekt de nuttige mineralen terug uit het blad, het bladgroen wordt afgebroken en het blad verliest zijn groene kleur. Een stevige windruk zorgt dan voor de rest: het blad valt af. In de loop van de zomer heeft de boom zich al voorbereid op de lente van het volgende jaar. In de oksel van het blad heeft zich een knop ontwikkeld waarin de zijtak, het blad of de bloem reeds in de kiem aanwezig is. Bepaalde bomen hebben zeer typische knoppen, bijvoorbeeld de grote glanzende knoppen van de paardenkastanje, de zwarte knoppen van de es of de spitse roodbruine knoppen van de beuk. Bomen kan men dus in de winter ook goed herkennen aan hun knoppen. De boomknoppen beschermen zich in de winter tegen uitdroging door schubben, beharing of een waslaag. Het lijkt misschien eigenaardig, maar voor de plant staat de winter gelijk aan een droog seizoen. De levensactiviteit van de plant waarbij er water en mineralen uit de bodem opgenomen worden, is afhankelijk van de temperatuur: bij lage temperatuur, kan de plant geen water opnemen en transporteren. In wetenschappelijke termen noemt men de winter voor de plant een fysiologisch droog seizoen. Hetzelfde principe geldt voor de naaldbomen, die hun bladeren behouden in de winter. Sparren- en dennennaalden hebben een klein oppervlak waardoor de verdamping beperkt wordt. Ze zijn hard en glanzen door de aanwezigheid van een waslaagje. Naaldbomen zijn bijgevolg prima uitgerust om droogte en koude te doorstaan. Men vindt ze daarom tot in het hoge noorden en hoog in de bergen. Naaldbomen waarvan de naalden zacht zijn, zoals de lork, verliezen hun naalden in de winter. Een bijkomend kenmerk van de lork zijn de kegels die jarenlang aan de boom blijven hangen. Vruchten In de herfst gebeurt de vruchtzetting bij de bomen. Bekend zijn de kastanjes van de tamme kastanje, herkenbaar aan het witte pluis, die door de plantkundigen als vruchten aangezien worden. Daartegenover staan paardenkastanjes, zonder witte pluis, die feitelijk zaden zijn en de bolster is de vrucht. Bij de zwarte els ziet men in de winter nog de oude zwarte elzenproppen hangen, die geen vruchten zijn maar schutbladeren waar de vruchten van tussenuit gevallen zijn. Daarnaast staan de nieuwe jonge groene elzenproppen reeds klaar om in het komende voorjaar te ontkiemen. Door combinatie van de kenmerken van de schors, de knoppen en de vruchten, kan ook een leek de meest frequent voorkomende loofbomen uit de streek Ieren herkennen, zelfs als er geen bladeren meer zijn. Doel van de wandeling is enkele algemene boom- en struiksoorten te leren herkennen aan hun winterkenmerken en tegelijk te genieten van het mooie provinciedomein (bos en rotstuingedeelte). ![]() |
|
Afspraak: Parking Provinciaal Domein Huizingen - Torleylaan 100 - 1654 Huizingen
|
|
Gids / Info: Er wordt gewandeld in het provinciaal domein.
Info: Piet 02 380 17 52 en Pierre 02 377 52 10
|







Recente commentaren
1 jaar 38 weken geleden
1 jaar 44 weken geleden
1 jaar 44 weken geleden
1 jaar 44 weken geleden
1 jaar 44 weken geleden
1 jaar 49 weken geleden
1 jaar 49 weken geleden
1 jaar 50 weken geleden
2 jaren 2 weken geleden